Tel: +31 (0)10 52 25 011 NL |   Fax: +31 (0)84 21 51 696 NL  skype afrika-online
English Nederlands
Home | Over Ons | Contact | Extra
Slideshow

Bezoek de Mountain Gorilla in Oeganda

Geografie

Algemeen
Uganda ligt in Oost-Afrika aan weerszijden van de evenaar. Uganda wordt geheel ingesloten door de Democratische Republiek Kongo, Kenia, Ruanda, Soedan en Tanzania. De oppervlakte van Uganda is 236.040 vierkante kilometer. Uganda is daarmee ongeveer 7 keer zo groot als Nederland.
De grens met Tanzania loopt gedeeltelijk door het 34.500 km2 grote Victoriameer, dat ongeveer voor de helft van Oeganda is. Het landschap bestaat voornamelijk uit plateaus en bergen. Het laagste punt is het Albertmeer met 621 meter. Het hoogste punt is Mount Stanley met 5110 meter.
 
Klimaat

 
Uganda heeft een tropisch klimaat, het ligt immers op de evenaar. Dat wil zeggen dat het ook veel regent in Uganda. Er zij twee droge periodes: van december tot februari en van juni tot augustus. In het Noordoosten van Uganda valt de minste hoeveelheid neerslag, slechts 500 mm per jaar. Aan het Victoriameer valt de meeste neerslag, meer dan 2100 mm per jaar.
 
Planten en dieren

Planten
De helft van het Oegandese grondgebied is niet ontgonnen of bebouwd. In het zuidelijk deel van het land bestaat intensieve landbouw. In het veel drogere en onvruchtbaardere noorden is er een veel armere vegetatie. In de moerassen rond de meren doet de papyrus het erg goed. Ongeveer 12% van Oeganda's gehele oppervlakte bestaat uit nationale parken en bossen.
 
Dieren
In Uganda zijn veel olifanten en giraffen hoewel er nog altijd bovengemiddeld gestroopt wordt. De rivieren en meren worden bevolkt met duizenden nijlpaarden. De zeldzame gorilla's leven in het Mufumbiro Vulkaangebergte. Bij Lake Edward komen leeuwen voor die in de bomen leven. Zowel in als buiten de wildparken zijn er wevervogels, kingfishers, buffels, antilopen, Oeganda kops, wrattenzwijnen, visadelaars, gazellen, bushbocks en bavianen.
 
Geschiedenis

Over de oorspronkelijke bewoners van Uganda is weinig bekend. In de 18e eeuw waren op het huidige Ugandese grondgebied twee etnische groepen woonachtig; Bantu- volkeren in het zuiden en Nilotische volkeren in het noorden. In het zuiden woonden voornamelijk landbouwers georganiseerd in koninkrijken, waarvan Buganda het belangrijkste rijk was. De Niloten waren voor het merendeel veehouders.
 
Begin 19e eeuw vestigden zich enkele Arabische handelslieden (slavenhandelaren) in het gebied, aangetrokken door ivoor en slaven. Aan het einde van de 19e eeuw kwam Uganda onder indirect Brits bestuur te staan en gedurende de eerste helft van de 20e eeuw werd een klassieke koloniale economie ontwikkeld, met voornamelijk cash crops (vooral koffie en katoen), aangevuld met gewassen voor lokale consumptie. Doordat de Britten vanaf eind 19e eeuw veel Indiërs naar Oost-Afrika haalden voor de aanleg van het Keniaanse en Ugandese spoorwegennet, groeide de Aziatische bevolkingsgroep flink. Later zou deze groep veel activiteiten binnen de commerciële en industriële sector in het land beginnen.
 
In 1962 werd Uganda onafhankelijk van Groot-Brittannië. Uganda zou in de jaren na de onafhankelijkheid 8 regeringswisselingen kennen in 36 jaar, waarvan enkele gepaard gingen met zeer veel geweld. De instabiliteit van het land is door sommigen toegeschreven aan de enorme etnische verscheidenheid die Uganda kent. Andere verklaringen beroepen zich op de grotere (militaire) machtspositie van het noorden.
 
De eerste regering van het onafhankelijke Uganda werd formeel geleid door president Mutesa (een voormalig koning van het zuidelijke Buganda), maar de uitvoerende macht lag in werkelijkheid bij premier Milton Obote (een Langi uit het noorden). In 1966 nam Obote met behulp van het leger de macht over en benoemde zichzelf tot president. Protesten en geweld in Buganda werden door het leger, onder leiding van generaal Idi Amin, met harde hand onderdrukt. In 1971 volgde een nieuwe militaire coup, nu door Amin. Zijn bewind genoot aanvankelijk de steun van de bevolking en de massale deportatie van Aziaten uit het land werd door vele Afrikanen toegejuicht. De populariteit van Amin nam echter snel af, net als zijn greep op het volk, dat hij probeerde te verdelen door de etnische tegenstellingen te benadrukken. Tijdens het gewelddadige bewind van Amin vielen naar schatting enkele honderdduizenden doden. Door interventie van Tanzania, dat het regime van Amin nooit erkend had, moest Amin het veld ruimen. Hierna volgden twee korte regeerperiodes die geen stabiliteit in het land brachten. Bij verkiezingen in 1980 kwam Obote opnieuw aan de macht als leider van het Uganda National Liberation Front (UNLF). Er brak weer een periode aan van zeer veel geweldaardigheden en binnenlandse onrusten. Volgens de meeste bronnen werden er door politie en leger zelfs meer slachtoffers gemaakt dan ten tijde van het Amin-bewind, ca. 500.000. Conflicten tussen de verscheidene etnische groepen in het leger leidden uiteindelijk tot het afzetten van Obote in 1985. Onderhandelingen tussen de verschillende partijen onder leiding van de Keniaanse president Moi, leidden tot niets. In januari 1986 greep de National Resistance Army (NRA), voorheen de Uganda Patriotic Movement, onder leiding van Yoweri Museveni de macht. Deze had tot dan toe als guerrillabeweging geopereerd tegen het bewind van Obote. Museveni werd de nieuwe president en vervult nog immer die positie.
 
Het noorden van Uganda wordt al 20 jaar geteisterd door conflict. De Lord Resistance Army (LRA) is een kleine rebellenbeweging met een cult-achtig karakter en zonder duidelijke politieke agenda. Het begaat voornamelijk misdaden tegen burgers, en ontloopt confrontaties met het Ugandees leger. Dit maakt het een moeilijk te bestrijden tegenstander. Het Ugandees leger is zelf ook niet erg gemotiveerd om de strijd aan te gaan. Er zijn teveel mensen in het leger die baat hebben bij continuering van de situatie (corruptiemogelijkheden) en de situatie heeft te weinig prioriteit bij de Ugandese regering om hier verandering in aan te brengen.
 
Economie en Toerisme

Het macro-economische beleid van de Ugandese overheid is solide en wordt geprezen door de internationale donorgemeenschap. Het begrotingsproces is transparant en de economische groei schommelt al enkele jaren rond de 5,5%. De reële groei per capita bedraagt ca. 2%. Het inflatiecijfer is al vele jaren laag en de Ugandese shilling zeer waardevast.
 
De achilleshiel van de Ugandese economie wordt gevormd door de grote afhankelijkheid van de agrarische sector en dan met name de koffiesector. Het aandeel van koffie in de totale export is ca. 40%. Dit gevoegd bij de scherpe daling van de koffieprijs op de wereldmarkt in de afgelopen jaren (30%) en het toenemend tekort op de handelsbalans is grotendeels verklaard. Diversificatie van de landbouw vormt één van de topprioriteiten van de Ugandese overheid in de komende jaren.
 
Een groot probleem voor de Ugandese overheid vormt voorts het gebrek aan eigen inkomsten. De overheidsinkomsten als percentage van het BBP bedragen nog geen 12%, hetgeen zelfs Afrikaanse perspectief uiterst mager is. Ca. 50% van de overheidsuitgaven wordt gefinancierd met donorgelden. Deze invoer van harde valuta levert op haar beurt weer grote problemen op voor de exportpositie van Uganda, aangezien dit de Ugandese shilling bovengemiddeld apprecieert (Dutch disease). Verhoging van de eigen belastinginkomsten staat weliswaar hoog op de agenda van de minister van financiën maar blijkt in de praktijk moeilijk te realiseren.
 
In april 1998 bereikte Uganda na zes jaar goed macro-economisch beleid, het zogenaamde completion point onder het Highly Indebted Poor Countries Initiative –HIPC-, dat een schuldverlichting ter waarde van US$ 650 miljoen met zich meebracht. In mei 2000 verkreeg Uganda een additionele schuldverlichting die het totaal op US$ 2 miljard heeft gebracht over een periode van 26 jaar. Dit komt neer op een reductie van de Ugandese schuld met 75%.
 
Vanaf 2001, na het opheffen van een exportverbod naar de EU vanwege sporen van cholera en pesticiden, is de uitvoer van visfilets (na koffie) de op één na belangrijkste sector. Naar verwachting zal de visstand in het Victoriameer de huidige mate van bevissing evenwel niet lang kunnen weerstaan, waardoor deze sector binnen enkele jaren in elkaar dreigt te storten. Het door de Ugandese overheid voorgenomen uitzetten van vislarven teneinde dit scenario te keren zal volgens deskundigen geen enkel effect sorteren.
 
Er is een begin gemaakt met het hervormen van de financiële sector in Uganda. Zo zijn verscheidene banken gesloten vanwege mismanagement. Eind 2001 werd de grootste staatsbank, Uganda Commercial Bank (UCB), na een eerdere mislukte poging tot privatisering, verkocht aan de Zuid-Afrikaanse Stanbic bank.
 
Er zijn serieuze problemen met de elektriciteitsvoorraad die een negatieve impact hebben op de economie. De energiegenerator capaciteit die is geï nstalleerd zal niet genoeg energie geven in de toekomst. Kortom, de stijgende olieprijzen, de dalende koffieprijs en een toenemende import, zorgen ervoor dat het begrotingstekort toeneemt.
 
Begin januari 2006 liep het PRGF af, deze werd vervangen door een nieuwe faciliteit van het IMF, de PSI. Deze zorgt voor uitgebreide externe monitoring van de regering zijn hervormingsprestaties. Dit PSI zal gebruikt worden om het PRSP te monitoren, in Uganda ook wel bekend als de PEAP. De PEAP is een macro-economisch structureel en sociaal beleid om economische groei te bevorderen en armoede in Uganda te bestrijden.
 
In de districten in het noorden van Uganda die door het conflict zijn getroffen is vrijwel geen sprake van enige economische activiteit, hetgeen op de lange termijn zijn weerslag kan hebben op de gehele economische ontwikkeling van Uganda op de langere termijn.
 
Bevolking

In Uganda wonen meer dan 26 miljoen mensen (schatting 2002).De bevolkingsdichtheid bedraagt iets meer dan 97 inwoners per vierkante kilometer.
 
Alle genoemde cijfers zijn sterk afhankelijk van het verloop van de heersende Aidsepidemie
 
De natuurlijke bevolkingsgroei bedraagt 2,94%.(2002)
 
Geboortecijfer per 1000 inwoners is 47.1(2002)
 
Sterftecijfer per 1000 inwoners is 17.5(2002)
 
Levensverwachting is 43,8 jaar mannen 43,0 en vrouwen 44,7 jaar (2002)
 
Bevolkingssamenstelling:
Het land telt ondermeer elf verschillende inheemse bevolkingsgroepen: Baganda 17%, Karamojong 12%, Basogo 8%, Iteso 8%, Langi 6%, Ruanda 6%, Bagisu 5%, Acholi 4%, Lugbara 3%, Bunyoro 3% en Batobo 3%. Verder zijn er nog gemengde groepen en niet-Afrikaanse inwoners.
 
Taal

De Officiële taal van Uganda is het Engels. Daarnaast wordt er Luganda, Swahili en vele lokale talen gesproken.
 
Godsdienst

De meest voorkomende Godsdienst in Uganda is het christendom 66%. De helft behoort tot de Rooms-katholieke kerk, de andere helft is Protestants.
16% van De Ugandezen is Moslim en 18% beleid een inheems geloof.
 
Samenleving

Staatsinrichting en Politiek
Op 28 juli 2005 heeft er een verandering plaatsgevonden in de staatsinrichting van Uganda. Tot die tijd werd president Museveni's "Afrikaanse democratie" ook wel een geen-partijensysteem genoemd. De zogeheten National Resistance Movement had de verschillende politieke partijen vervangen: alle Ugandezen behoorden in principe tot de Movement. Politieke partijen waren weliswaar niet verboden, maar partijpolitieke activiteiten op decentraal niveau waren sterk beperkt en op nationaal niveau geconditioneerd. Onder dit systeem kon echter iedereen, ongeacht de politieke affiliatie, zich tijdens verkiezingen kandidaat stellen en aan het volk presenteren. De kandidaten werden gekozen 'upon personal merit', en niet voor of namens een politieke partij. Alle gekozen leiders, van lokaal tot centraal niveau, werden automatisch lid van de Movement. Het idee hierachter was dat politieke kleur van leiders zou moeten wegvallen. Volgens President Museveni had de geschiedenis van Uganda geleerd dat het meerpartijensysteem in Uganda leidt tot tribalisme en chaos, omdat de partijen in Uganda op etnische en religieuze basis georganiseerd zijn. Verkiezingen op partijpolitieke basis zouden de etnische tegenstellingen alleen maar aanwakkeren. Het westerse meerpartijenstelsel was volgens Museveni niet toegesneden op de Afrikaanse realiteit. Het 'winner takes all'-principe had Uganda in het verleden al veel schade berokkend: op het moment dat de ene partij/etnische groep aan de macht was, werden de anderen met geweld onderdrukt. Gedurende deze periode van “Afrikaanse democratie” claimde de oppositie in Uganda dat de Movement in feite een politieke partij is en dat Uganda daardoor een eenpartijstaat was. Helaas presenteerden de oppositiepartijen zich over het algemeen niet als serieuze actoren met een weloverwogen programma, waardoor de kracht van hun vaak terechte kritiek op de Movement grotendeels teniet werd gedaan.
 
In 1996 werden voor het eerste vrije verkiezingen gehouden, waarbij Yoweri Museveni als President werd gekozen voor een termijn van vijf jaar. In 2001 werden opnieuw presidentsverkiezingen gehouden. Bij een opkomst van 70 % werd President Museveni met 69.3 % van de stemmen met grote meerderheid herkozen. De belangrijkste tegenkandidaat Dr. Besigye slaagde er echter in 27,8% van de stemmen te verwerven. Zijn beroep tot nietig verklaring van de verkiezingen werd door het hooggerechtshof met drie tegen twee stemmen verworpen met het argument dat de geconstateerde onregelmatigheden niet van een zodanige omvang waren dat de einduitslag totaal anders zou zijn uitgevallen. Besigye en zijn vrouw, parlementslid Winnie Byanyima, worden sindsdien door de overheid regelmatig “ lastig gevallen”; reden voor Besigye om in augustus 2001 Uganda “illegaal” te verlaten en zijn toevlucht te zoeken in de Verenigde Staten. De verkiezingen werden gekenmerkt door intimidatie, geweld en (administratieve) onregelmatigheden. Waarnemers en internationale donoren waren het er echter wel over eens dat de uitslag de wil van de bevolking weergaf. De donoren waren overigens ook van mening dat onvoldoende sprake was van een level playing field.
 
In 2002 werd een wet op politieke partijen gepresenteerd, de Political Parties and Organisations Act’. Opnieuw werden de mogelijkheden van de oprichting van politieke partijen beperkt. Dit levert de nodige weerstand op bij de politieke partijen die weigerden zich officieel te laten registreren. Aan deze strijd komt een eind als 28 juli 2005 een referendum plaatsvindt waarbij het overgrote deel van de stemmers ten faveure van een terugkeer naar het meerpartijensysteem stemt. De opkomst was evenwel laag, wat waarschijnlijk te wijten was aan gebrek aan kennis over en belang van het referendum. Ondanks de lage opkomst kan de uitslag als positief worden gezien.
 
Op 18 augustus 2005 is de nieuwe grondwet door het parlement aangenomen. Hierbij is de bepaling in de oude grondwet, die voorzag in een ambtstermijn voor de president van tweemaal vijf jaar, komen te vervallen. Hierbij is de weg vrijgemaakt voor President Museveni om zich voor een derde keer kandidaat te stellen bij de presidentiële verkiezingen in maart 2006.
 
Ondanks dat de verkiezingen door de internationale waarnemers gekenmerkt werden als vrij en eerlijk, bestaat er weerstand van de oppositie tegen de herkozen president Museveni. De voornaamste redenen hiervoor zijn dat in de periode van campagnevoering de voornaamste oppositiekandidaat Kizza Besigye enkele malen opgepakt is, en er rechtzaken tegen hem zijn aangespannen die zijn campagne hebben bemoeilijkt. Daarnaast hadden de oppositiepartijen niet dezelfde middelen om campagne te voeren.
 
Bron: landenweb.nl
Top