Tel: +31 (0)10 52 25 011 NL |   Fax: +31 (0)84 21 51 696 NL  skype afrika-online
English Nederlands
Home | Over Ons | Contact | Extra
Slideshow

Swaziland reizen

Geografie

Swaziland ligt in Zuid Afrika tussen de buurlanden Mozambique en Zuid-Afrika. De oppervlakte van Swaziland is 17.363 vierkante kilometer. Swaziland is daarmee ongeveer half zo groot als Nederland.
Op een klein oppervlak zijn opvallend veel verschillende landschappen te vinden, zoals moerasland, groene heuvels en subtropisch, savannen en grillige rotsen. Er zijn vier regio's die in hoogte variëren van 400 tot 1800 meter. Van west naar oost zijn dit: Hoogveld, Middelveld, Laagveld en Lubombo.
 
Klimaat

Het klimaat varieert van (sub)tropisch tot gematigd in de hoogste delen van Swaziland. De gemiddelde dagtemperatuur ligt tussen 15 en 22 graden Celsius. In de hogere delen van het land is veel bewolking en mistvorming. De temperatuur kan daar dalen tot rond het vriespunt.
 
Planten en dieren
 
Planten
Er zijn ongeveer 2.600 verschillende planten en bomen geteld in de nationale parken, waarvan enkele uniek zijn voor dit deel van Afrika. Er komen onder meer voor: aloë, aronskelk, den, eucalyptus, gladiool, muninga en orchidee.
 
Dieren
Er zijn veel dieren te zien in Swaziland. Zebra’s, luipaarden, impala’s, olifanten, antilopen, duikers, waterbokken, wildebeesten, neushoorns, nijlpaarden, cevatten en krokodillen zijn voorbeelden van de rijke fauna. Giftige slangen komen ook voor, onder meer de zwarte mamba, de adder en de cobra.
 
Geschiedenis
 
Op basis van archeologische vondsten mogen we aannemen dat het koninkrijk van Swaziland, omsloten door Zuid-Afrika en Mozambique 10.000 jaar geleden al bewoond werd. De bevolking van het huidige Swaziland trok in de 18e eeuw naar het gebied en is waarschijnlijk oorspronkelijk afkomstig uit het gebied dat nu Maputo (het zuiden van Mozambique) genoemd wordt. Hier had zich het Nguni volk gevestigd en had de Dlamini familie onder leiding van koning Ngwane III een vorstenhuis gesticht. Onder invloed van oorlogen en conflicten met andere stammen werd de koning gedwongen met zijn volk zuidwaarts te trekken. In de opmars naar het zuiden stuitten zij op het machtige Zulu-volk en zagen zich, onder leiding van de volgende koning Sobhuza I, gedwongen zich ten noorden van het Zulu-rijk te vestigen in de Ezulwini vallei. Deze plek vervult nog altijd een belangrijke ceremoniële en rituele functie in Swaziland. Na koning Sobhuza besteeg koning Mswati de troon, en was rond het einde van de 18e eeuw de staat Swaziland een feit.
 
Halverwege de 19e eeuw zocht Swaziland bescherming tegen de Zulu's bij de Britten en Zuid-Afrika. In 1866 werd de grens met Transvaal vastgelegd. Twee jaar later werd Swaziland echter door de Britten geannexeerd. Bij de Conventie van Pretoria (1881) werd de onafhankelijkheid van Swaziland erkend maar vier jaar later (1885) probeerden de Britten het gebied opnieuw onder controle te krijgen. Van 1894 tot 1903 viel Swaziland onder Afrikaner bestuur. Na de boerenoorlogen namen de Britten de controle over en werd Swaziland een Brits protectoraat. Op 6 september 1968 werd Swaziland daadwerkelijk onafhankelijk.
 
De overgang naar de onafhankelijkheid verliep zonder problemen. Swaziland erfde een grondwet die grotendeels was gestoeld op die van de Britten. Naar aanleiding van de verkiezingen in 1972 bepaalde Koning Sobhusa II, naar wat wel bekend staat als "The King's coup", dat de grondwet geen goede afspiegeling was van de Swazi cultuur en stelde hij met een decreet in 1973 de grondwet buiten werking. Daarmee legde hij alle macht bij de Koning neer. Politieke partijen werden verboden. Koning Sobhuza werd in 1986 opgevolgd door zijn zoon koning Mswati III die hetzelfde systeem voortzette. In herziene vorm werd de grondwet in maart 2006 weer in werking werking gesteld maar nog altijd regeert de Koning het land met een Ministerraad en een kleine groep adviseurs, waarbij de Koninklijke familie een belangrijke rol speelt.
 
Het verbod op politieke partijen en de absolute macht van de koning leidde halverwege de jaren ’90 tot heftige (studenten)protesten, waarbij in 1995 het parlement en de huizen van de vice-premier alsook dat van het hoofd van de universiteit afbrandden. Eind 2005 vond een aantal ‘aanslagen’ plaats met Molotov cocktails op overheidsgebouwen en de huizen van hoge ambtenaren. Er vielen geen gewonden. Regelmatig terugkerende stakingen, binnenlandse protesten van pressiegroepen in combinatie met internationale druk verhoogden de druk op de koning om democratische hervormingen door de voeren en een nieuwe grondwet op te stellen. Op 8 maart 2006 werd een nieuwe grondwet van kracht waarmee het het decreet uit 1973 welke de grondwet buiten werking stelde niet langer van toepassing is. Overige grondwetswijzigingen omvatten onder meer het recht van vrouwen om grond te bezitten en een bepaling over de rol van de drie machten van de staat. Desondanks zijn de hervormingen onder de nieuwe grondwet tot een minimum beperkt. Politieke partijen zijn nog steeds illegaal, de koning kan alle besluiten van het parlement nietig verklaren en hij heeft een belangrijke hand in de benoeming van de leden van de senaat en het parlement. Ook benoemt hij de rechters in het land. Op 12 april 2006, 33 jaar na de instelling van het verbod op politieke partijen in 1973, vond opnieuw een grote demonstratie plaats tegen de politieke situatie in het land. Daarnaast blijft de internationale gemeenschap druk uitoefenen op de regering om politieke (oppositie)partijen toe te staan.
 
Economie en Toerisme

Vóór de onafhankelijkheid in 1968 was de economie van Swaziland grotendeels gestoeld op landbouw. Sinds de jaren tachtig is de nadruk meer komen te liggen op de agro-industrie en is het aandeel van de landbouw in het bruto binnenlandse product teruggelopen naar slechts 9%. De industriële sector, waaronder de textielindustrie, beslaat nu circa 46% van het BBP. Ruim 60% van het land valt onder zeggenschap van de Koning onder het Swazi Nation Land (SNL) pact en wordt verdeeld en beheerd door de lokale stamhoofden. Naar het principe van gemeenschappelijk gebruik wordt het vooral gebruikt voor veehouderij en het verbouwen van maïs. Niettemin belemmert het ontbreken van eigendomsrechten toekomstige investeringen in het land. De overige 40% van het land is in particulier eigendom en wordt met name gebruikt voor de commerciële teelt. Suiker, katoen, citrusvruchten en ananas zijn de belangrijkste exportproducten. Andere producten zoals asbest, kolen en diamanten worden in beperkte mate in de mijnbouw gewonnen en dienen bijna uitsluitend voor de export. Het toerisme is in Swaziland nog een beperkte sector, maar biedt mogelijkheden voor groei. Swaziland is samen met Botswana, Lesotho, Namibië en Zuid-Afrika verenigd in een douane-unie: de Southern African Customs Union (SACU) die opgericht werd in 1969. Swaziland is voor ongeveer 50% afhankelijk van de via deze unie verkregen inkomsten.
 
De economische positie van Swaziland is zwak en is de afgelopen jaren verder ondermijnd door de crisis in de rechtsstaat van het land, zwak bestuur, het ineenstorten van de textielsector en de extreme droogte in 2003 en 2004 die de agrarische sector een flinke slag heeft toegediend. De effecten van de HIV/AIDS-epidemie lijken hiernaast ook steeds sterker zichtbaar te worden: zo komen de uitgaven aan de gezondheidszorg steeds meer onder druk te staan en dalen de inkomsten uit arbeid als gevolg van de gevolgen van HIV/AIDS op de arbeidsmarkt. De jaarlijkse economische groei bedroeg in 2004-2005 respectievelijk 2,1% en 1,8% maar wordt teniet gedaan door de bevolkingsgroei. De inflatie is relatief laag met 3,4% (2004) en 4,0% in 2005. Wel is dit vooral toe te schrijven aan het stabiele inflatiecijfer in Zuid-Afrika. De Swazische munt - de lilangeni - is evenals de munten van Lesotho en Namibië, gekoppeld aan de Zuid-Afrikaanse Rand. Het monetaire beleid wordt dan ook vooral bepaald door de ontwikkelingen in dit buurland. Onder het African Growth & Oppurtunity (AGOA) verdrag met de Verenigde Staten groeide de export van textiel naar de VS in één jaar tijd van $81 naar $134 miljoen (2002-2003). Echter, hoewel het ergste achter de rug lijkt te zijn heeft de opheffing van het multi-vezelakkoord van de WTO eind 2004 de concurrentiepositie van Swaziland op textielgebeid dramatisch verslechterd. Veel textielexport is aan China verloren gegaan waardoor het aantal banen in deze sector tot de helft is gereduceerd. Daarnaast stagneert de export van suiker. Ten gevolge van het EU-besluit van november 2005 om de subsidies op suiker gedeeltelijk af te schaffen dalen de prijzen maar is tegelijkertijd de industrie nog niet voldoende gemoderniseerd om het volume te verhogen en de klappen op te vangen. Wel verleent de EU (financiële) steun bij het moderniseren van de suikersector. Daarnaast worden de mogelijkheden voor de productie van ethanol (een alternatief voor aardolie) verkend dat mogelijk nieuwe markten kan aanboren.
 
De Swazi regering heeft economische liberalisatie en privatisering tot prioriteit van haar economisch beleid gemaakt, maar het beleid is voornamelijk reactief en zwak bestuur vormt een belemmering voor de uitvoering ervan. De aanpak van de AIDS-epidemie heeft eveneens prioriteit, al blijft dit grotendeels afhankelijk van (buitenlandse) donoren. Het gebrek aan goed bestuur kan deze donorsteun in gevaar brengen. Al met al heeft de economische terugval geleid tot een forse stijging van de armoede in het land: tweederde van de Swazi’s leeft inmiddels onder de armoedegrens. Het Wereld Voedsel Programma van de Verenigde Naties verwacht dat het aantal hulpbehoevenden in de periode januari-juni 2006 ruim 230.000 personen zal bedragen, inclusief AIDS patiënten in ziekenhuizen en (niet-gaande)schoolkinderen.
 
Bevolking

In Swaziland wonen iets meer dan 1,1 miljoen mensen (schatting 2006).
 
De bevolkingsdichtheid bedraagt ongeveer 63 inwoners per vierkante kilometer.
 
De natuurlijke bevolkingsgroei bedraagt -0,23%.(2006)
 
Geboortecijfer per 1000 inwoners is 27.41 (2006)
 
Sterftecijfer per 1000 inwoners is 29.74 (2006)
 
Levensverwachting is 32,6 jaar (mannen 32,1 en vrouwen 33,2 jaar) (2006)
 
Alle cijfers kunnen aan sterke wisselingen onderhevig zijn vanwege de aidsepidemie.
 
De Swazi (97% van de bevolking) behoren tot de Nguni-groep van de Bantoes en zijn verwant aan de Zoeloe. Er zijn verder nog 3% Europeanen en Aziaten.
 
Taal

De officiële talen van Swaziland zijn Engels en Siswati.
 
Godsdienst

Swaziland kent de volgende godsdienstge groepen: christenen (± 60%), moslims (10%), overigen (30%) waaronder bahai, methodisten en joden.
 
Samenleving

Staatsinrichting
De staatsvorm van Swaziland heeft het karakter van een absolute monarchie. De inmiddels herziene grondwet is onduidelijk over het verbod op politieke partijen. Daarbij behoudt de koning ook onder de nieuwe grondwet de ultieme rechterlijke, uitvoerende en wetgevende macht. De koning benoemt de rechters in het land maar ook de “Judicial Services Commission” (welke toeziet op de benoeming van rechters). Hij kan te allen tijde zijn vetorecht gebruiken en het parlement ontslaan, een recht waarvan hij regelmatig gebruik maakt. Het rechtssysteem is gebaseerd op Romeins-Nederlands- en gewoonterecht naar Zuid-Afrikaans model. In veel gevallen verwijst de grondwet naar het gewoonterecht, dat op zijn beurt echter nauwelijks gecodificeerd is. De Koning interpreteert het gewoonterecht veelal op eigen wijze. Daardoor blijven veel intransparante praktijken bestaan, die niet aan de democratische eisen van een moderne rechtsstaat voldoen. Swaziland heeft een parlement (National Assembly) dat vrijwel alleen adviserende bevoegdheden heeft. De leden worden via een weinig doorzichtige procedure in de lokale gemeenschappen aangewezen. Zij vertegenwoordigen officieel geen achterban. De regering legt verantwoording af aan het parlement. In de praktijk hebben de koning (Ngwenyama) en de koningin-moeder (Ndlovukazi) bijna absolute macht, alhoewel zij binnen het traditionele systeem wel gecontroleerd worden. Hoe dit proces verloopt, is echter ondoorzichtig en onduidelijk. De koning wordt omringd door diverse groepen van adviseurs, onder meer bestaande uit leden van de koninklijke familie, stamoudsten, traditionele heelmeesters en vertegenwoordigers van het leger.
 
In 1978 is een traditioneel kiesstelsel - tinkhundla - ingevoerd. Dit stelsel is gebaseerd op het stemmen op een individu en niet een partij. Het kiessysteem omvat drie fasen: in eerste instantie nomineren de lokale stamhoofden een groot aantal kandidaten voor de National Assembly, gevolgd door een eerste en tweede verkiezingsronde. Bij de verkiezingsronde worden uit deze kandidaten 55 van de 65 leden gekozen. Tien leden worden benoemd door de Koning. Van de 30 senatoren worden 20 leden door de koning benoemd, de overige leden worden door de Assembly gekozen.
 
Politiek
De laatste jaren neemt de kritiek op de absolute monarchie toe. Dit verzet richt zich niet zozeer op afschaffing van de monarchie, als wel op de rol van het koningshuis waarbij wordt gestreefd naar een meer democratisch staatsbestel en het weer toelaten van politieke partijen. In 1996 werd de Constitutional Review Commission ingesteld, die een nieuwe grondwet moest voorbereiden. De Commissie rondde haar werk in 2004 af, maar de nieuwe grondwet (zie hierboven) blijft onderwerp van kritiek. In december 2005 veroorzaakten Molotov-coctails op parlementsgebouwen en huizen van parlementsleden veel politieke onrust. Vijftien personen werden gearresteerd maar in maart 2006 op borgtocht vrijgelaten. Inmiddels is één persoon veroordeeld tot een lichte straf. Het huidige parlement heeft zitting tot 2008. Indien blijkt dat ook bij de volgende verkiezingen geen politieke partijen worden toegelaten, kan gevreesd worden voor meer protesten en politieke onrust.
 
De binnenlandse politiek in Swaziland kenmerkt zich door de strijd tussen de “traditionelen” en de “modernisten”. De oppositie tegen het regerend koningshuis (de “modernisten”) wordt bepaald door twee politieke groeperingen: het Ngwane National Liberatory Congress (NNLC) en het meer links-georiënteerde People’s United Democratic Movement (PUDEMO). Hoewel de stem van oppositionele krachten in het land zich steeds luider laat horen, lijkt de voornamelijk rurale en traditioneel ingestelde Swazi-bevolking (nog) niet in staat en bereid om op korte termijn verandering in de politieke situatie van Swaziland teweeg te brengen. De Southern African Development Community (SADC) buurlanden hebben zich slechts in zeer bedekte termen negatief uitgelaten over het gebrek aan democratische ontwikkeling in het land. De EU is een politieke dialoog aangegaan en verschillende lidstaten waaronder Nederland, hebben regelmatig hun zorgen geuit over de politieke situatie in het land. Hoewel zich positieve ontwikkelingen hebben voorgedaan, bijvoorbeeld op het gebied van het herstel van de rechtsstaat en de ratificatie van een aantal mensenrechten-verdragen van de Verenigde Naties, is de EU teleurgesteld over de voortgang op het gebied van democratie en goed bestuur. De EU heeft het geweld van eind 2005 openlijk veroordeeld.
 
Een ander heet hangijzer en katalysator voor onrust, naast corruptiepraktijken en overmatige bestedingen van de koning, is de slechte economische situatie in het land. Als gevolg van het ineenstorten van de textielindustrie, de lagere suikerprijzen, extreme droogte en slecht economisch beleid (zie ook paragraaf 3.6) is het aantal banen met de helft afgenomen en leeft ruim tweederde van de Swazi’s beneden de armoedegrens. De vakbond Swaziland Federation of Trade Unions (SFTU), radicaler dan de Swaziland Federation of Labour (SFL) en de Sive Siyinqaba Sibhale Sinje, fungeert als een belangrijke mobilisator om de onvrede te uiten.
 
Bron: landenweb.nl
Top